Vandaag - Today

De kleine dagdagelijkse dingen van Jos van den Broek


Ask me anything   Submit

Over - bijna - de hele linie worden partijen rechtser … maar ook progressiever (2)

Het is zeker niet zo dat alle partijen op alle fronten - dus zowel op sociaal-economisch als materieel/immaterieel vlak - uit elkaar groeien. De grafiek links toont de mate van verlinksing/verrechtsing tussen 2006 en 2012 (de verschuiving op de links/rechts-schaal), op basis van de grafiek in Trouw. In de grafiek valt op dat alle partijen genoodzaakt door de economische crisis een flinke ruk naar ‘rechts’ maken, GroenLinks relatief nog het meest. Gemiddeld zijn de partijen op de links/rechts-schaal naar rechts opgeschoven van -3,3 (2006) via -2,2 (2010) naar 1,2 (2012).

(Voor de berekening: zie de tabel hieronder).

Minstens zo opvallend is dat de PVV de enige partij is die vooral tussen 2006 en 2010 een grote sprong naar ‘links’ maakte. De PVV heeft VVD, CDA, CU, SGP én D66 links ingehaald.

Inderdaad, op immaterieel gebied worden de partijverschillen tussen 2006 en 2012 wel groter, zoals de grafiek rechts duidelijk maakt. Deze grafiek toont de mate van progressiever of conservatiever worden tussen 2006 en 2012, op basis van de grafiek in Trouw. CDA, CU, VVD en SGP zijn tussen 2006 en 2012 conservatiever geworden, terwijl de andere partijen juist progressiever zijn geworden: de PvdD en de PVV weliswaar het minst en de PvdA verreweg het meest. Het verkiezingsprogramma van de PvdA is volgens de VU-onderzoekers o.l.v. André Krouwel progressiever dan dat van de SP en bijna even progressief als dat van GroenLinks en D66.

Ook op dit gebied is echter een nuance te maken: de VVD is sinds 2010 ietsje progressiever geworden - net als de PVV - en het CDA een flink stuk. Alleen de fundamenteel-christelijke splinters zijn conservatiever geworden.

Gemiddeld zijn de partijen op de progressief/conservatief-schaal verschoven van -0,1 (2006) via 0,3 (2010) naar -1,4 (2012). In 2012 zijn alle partijen gemiddeld dus iets progressiever (!) dan in 2010, SGP en CU ten spijt. Dan heb ik nog niet eens het verdwijnen van het conservatievere TON en de opkomst van de het progressievere 50PLUS ingecalculeerd. Die partijen meegeteld is er zelfs een verschuiving te zien van het licht conservatieve gemiddelde van 0,9 (2010) naar het licht progressieve gemiddelde van -1,8 (2012).

(Voor de berekening: zie de tabel hieronder).

Kortom: de conclusie van Krouwel c.s. en Trouw dat de uitersten terrein winnen, lijkt me enigszins overdreven. Nederland lijkt in zijn geheel - economisch gezien - rechtser geworden én - in immaterieel opzicht - progressiever. Je zou het bijna niet geloven.

Half waar/half onwaar

Het is met de grafiek van Krouwel c.s. in handen niet moeilijk om objectief te beoordelen of hun conclusie klopt dat de politieke partijen uit elkaar groeien. In de tabel  is te zien dat we behalve de gemiddeldes van de partijen (gem) ook de standaarddeviaties (SD) hebben uitgerekend. Hoe groter de SD, hoe verder de partijprogramma’s uit elkaar liggen.

Voor de verhouding links/rechts komen we op de volgende standaarddeviaties:

  • 2006: SD = 8,6
  • 2010: SD = 8,1
  • 2012: SD = 8,0

De verschillen op economisch gebied tussen de Nederlandse politieke partijen worden dus niet groter maar kleiner, hoewel het verschil tussen 2010 en 2012 minimaal is.

Voor de verhouding progressief/conservatief komen we op de volgende standaarddeviaties:

  • 2006: SD = 6,7
  • 2010: SD = 8,1
  • 2012: SD = 8,9

De verschillen op immaterieel gebied tussen de Nederlandse politieke partijen worden dus inderdaad groter. Laten we de christelijke splinters buiten beschouwing, dan wordt het beeld echter genuanceerder. Voor de verhouding links/rechts komen we dan op de volgende standaarddeviaties:

  • 2006: SD = 9,5
  • 2010: SD = 8,9
  • 2012: SD = 8,7

En voor de verhouding progressief/conservatief:

  • 2006: SD = 5,8
  • 2010: SD = 7,4
  • 2012: SD = 7,5

De verschillen op immaterieel gebied tussen de Nederlandse politieke partijen worden nog steeds groter, maar het verschil tussen 2010 en 2012 is in dit geval - zonder de christelijke splinters - onaanzienlijk geworden.

We kunnen al met al concluderen dat Krouwels claim “Uitersten winnen terrein” op zijn zachtst gezegd half onwaar is.