


Fragiel, spannend beeld op de Hooglandse Kerkgracht in Leiden. De maakster is Esther de Graaf uit Groningen. Dit in het kader van BiL (Beelden in Leiden) 2013.
Een enorm contrast met het uit bielzen opgetrokken beeldhouwwerk van Izaak Zwartjes dat erachter staat. De dame in de rode jas is de innemende Lakenhal-directrice Meta Knol.

Prachtige gevelsteen gezien, vandaag in Den Haag: De Vergvlde Gripende Valck. De ‘grijpvalk’ in kwestie is ongetwijfeld een Slechtvalk (Falco peregrinus). Samen met de Giervalk (Falco rusticolus) werd deze vogel vroeger gebruikt voor de valkenjacht. In de Benelux was dat de Slechtvalk, in Scandinavische landen de Giervalk. De laatste heet in Scandinavische talen niet voor niets Jaktfalk (S/N), Jagtfalk (DK) of Jachtfalk (Fries).
Dat het een jachtvogel betreft op de gevelsteen, kun je zien aan het riempje om de linkerpoot van de valk. Hier heeft hij net een prooi gevangen.
De gevelsteen van “De Vergvlde Gripende Valck” bevindt zich op de hoek Noordeinde-Hartogstraat, waar al in 1577 een herberg stond.
Overigens hebben we het woord ‘grijpvalk’ op internet slechts één keer kunnen vinden: in het gedicht Hoeksche Bondgenoten – 1488 – van Jos. Alb. Alberdingk Thijm (1820-1889), over de inname van Rotterdam in 1488, aan het eind van de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Wat staart gij blozender ‘em aan,
En met verliefder oog,
Dan Dietsche maagd ooit heeft gedaan,
Hoe stout haar grijpvalk op mocht gaan,
Hoe trouw hij nedervloog?

Ik had onlangs een niet zo leuke discussie over de grootte van Nederland vergeleken met enkele Amerikaanse oostkuststaten. “Nederland is half zo groot als Massachusetts!”, hielden twee betweters bij hoog en bij laag vol. “Nederland is even groot als Massachusetts, Connecticut en Rhode Island samen!”, stelde ik daar tegenover. Ik had het ooit uitgezocht. Ik werd weggehoond. Zij waren vaak in Amerika geweest, dus zij konden het weten. (En ik heb slechts één jaar in Massachusetts gewoond.)
Nu is er een prachtig Googlemaps-programma: http://mapfrappe.com/?show=10559
In cijfers bleek ik er 10% naast te zitten: precies het oppervlak van Rhode Island (4002 km²).
Nederland is dus op een fractie van een procent na even groot als Connecticut en Massachusetts samen. Lekker puh!
Twee keer ‘Bleekwitte zon…’ van de Russische dichteres Marina Tsvetajeva. Boven de Russische versie met Tanya Connelly. Onder de Nederlandse versie met ondergetekende, voor het betere stampwerk bijgestaan door twee vrienden van PS Theater: Rian Evers en Pepijn Smit.
Plaats van handeling: de Openlucht Poëziemanifestatie 2013 ‘Zwarte Droom’ van de Stichting Tegen-Beeld, op dinsdagavond 28 mei in Leiden.
(foto’s: Loes Hazes)

Fantastische voorstelling van Arianna door De Veenfabriek, op het Haagweg parkeerterrein in Leiden. Een vervreemdende omgeving. We kijken al uit naar Moby Dick, de voorstelling die nu in de Amsterdamse Stadsschouwburg draait. Vijf ***** maar liefst in De Volkskrant! De Veenproef die we een paar maanden geleden hebben gezien, was veelbelovend. De Veenfabriek levert altijd spannende voorstellingen op. Geweldig dat de muziektheatermakers o.l.v. Paul Koek hun domicilie in Leiden hebben gekozen. Iets om trots op te zijn.
Piet (43) vraagt waarom hij zo vaak de fietsbanden van zijn drie kinderen moet plakken. “Waarom is er in deze hightech tijd nog steeds geen echte oplossing voor dat probleem?”
Dat er geen oplossing bestaat voor ‘het probleem lekke banden’, is een misverstand. De wetenschap heeft daar enkele tientallen jaren wel degelijk wat aan gedaan. Aan de binnenkant van de buitenband zit tegenwoordig een laagje van de supersterke aramidevezel Kevlar. Van datzelfde materiaal worden kogelvrije vesten gemaakt. Dankzij de anti-lek-banden rijd ikzelf vrijwel nooit meer lek, ondanks heel veel glas op het fietspad. Een kwestie van investeren in iets duurdere buitenbanden.
Zorgelijk is dat er heel veel teer in het schuim zat: de zwarte vlekjes.
(foto: Loes Hazes)

Wat een schuim aan het Noordzeestrand! Het strand opgeblazen door de wind, met grote vlokken tegelijk.
Waar komt dit schuim vandaan? In de zee leven microscopische kleine plantjes (algen). Een moeilijke naam voor deze plantjes is fytoplankton. ‘Phuthon’ betekent ‘plant’ in het Grieks en plankton komt van het Griekse ‘plagktos’ wat ‘dwalend’ betekent. Fytoplankton is dus het geheel van microscopische kleine plantjes die in de zee drijven. Eén van de vele algenfamilies is Phaeocystis of schuimalg. In het late voorjaar is er al veel zonlicht, voldoende voedsel en heeft het water al een zachte temperatuur. Dit zijn ideale omstandigheden voor deze plantjes om zich razendsnel te vermenigvuldigen. Het water kleurt dan letterlijk groen, rood of bruin afhankelijk van de algensoort. We zeggen dan: ‘De bloei zit in het water.’ Deze microscopische kleine plantjes vormen kolonies. Dit zijn grote hoeveelheden die bij elkaar samenklitten. Ze hechten zich in een laag gelatine. Wanneer deze kolonies afsterven, wordt de gelatine door de golven tot schuim opgeklopt. De wind en de stroming voeren dat schuim naar het strand.
Bron: Hugo Ollieuz (http://users.telenet.be/hugo.ollieuz/pages/bieb40.html)