

Ik speel een spelletje Ruzzle met Twingo13, en ik sta na twee beurten van de drie grandioos voor. Ik krijg een bericht van haar: “ik ben hier niet zo goed in wand ik ben nog maar 9”
Even later volgt nog een bericht: “En over 3 weken ben ik jarig”
Ik zal mijn borst alvast natmaken.
Simon Rozendaal – wetenschapsjournalist van ons conservatieve lijfblad Elsevier – schopt graag. Zo schreef hij een uurtje geleden op Facebook:
“Tijdens Fukushima at ik een radioactieve banaan op een video van Elsevier om tegengas te geven (en belandde aldus bij Pauw & Witteman). Ook heb ik diverse malen geschreven dat er door de straling in Japan nul (herhaal 0) doden zijn gevallen.”
Die Siem, altijd in voor een geintje.
Met de Nederlandse universiteiten heeft hij weinig op. Op 13 mei jl. schreef hij in Elsevier onder de kop Hoe Nederlandse klimaatwetenschappers worden geïndoctrineerd:
“En toch worden op onze universiteiten onderzoekers opgeleid in de waan dat er geen controverse is. Ze horen slechts argumenten en feiten vanuit één hoek en hen wordt opgedragen om de argumenten en feiten vanuit de andere hoek weg te lachen.”
Daar kan ik toch niet helemaal met hem in meegaan. Wat hebben we zojuist tien avonden lang met onze Honours College-studenten gedaan? Juist! Maar Simon zal het wel weer “linkse propagandapraat” noemen wat we doen. Het zal niet de eerste keer zijn dat we dat van hem te horen krijgen. En toch zal het hem stiekem genoegen doen dat 85% van onze HC-studenten vermoedt dat klimaatwetenschappers de zaak licht tot schromelijk overdrijven, zoals uit een kleine survey bleek. (Van de Nederlandse bevolking denkt 37% dat, met een uitschieter naar boven voor PVV- en 50+-sympathisanten, zo bleek onlangs uit een artikel in Trouw.)
Hoezo leiden we onze studenten niet op om kritisch te zijn? We leren hun om grafieken te doorgronden en zwakke statistieken te herkennen. Een TNO-rapport over UMTS-straling hebben onze studenten feilloos gefileerd. Daar ben ik trots op. (Oh ja, ik heb mijn studenten ook het ongelooflijk onkritische Elsevier-interview van Simon met de ongelooflijk arrogante en naar mijn bescheiden mening terecht afgeserveerde Eindhovense aids-professor Henk Buck laten lezen.)
Bescheiden is Simons mening nooit en te nimmer. In het stuk over klimaatwetenschappers stond te lezen:
“Af en toe word ik geïnterviewd door studenten. Logisch. Als ik een student was, zou ik ook wel eens willen praten met iemand die al veertig jaar de wetenschap volgt. Vaak gaat het over het klimaat dan wel het milieu. Al een jaar of dertig heb ik daar immers een eigenzinnig standpunt over.”
Simon heeft vrienden met wie hij het hartgrondig eens kan zijn. Op Facebook schreef hij bijvoorbeeld monter:
“Gerry van der List is naar mijn bescheiden mening momenteel by far de beste columnist in Nederland. Lees bijvoorbeeld in de Elsevier van vorige week hoe hij de vloer aanveegt met René Gude, de ‘Denker des Vaderlands’ van wie ondermeer de volgende diepzinnige mededeling over het leven afkomstig is: ‘Het is vaak leuk, maar lang niet altijd’.”
Ik heb die column getiteld Wijsgerig gekwetter er ‘ns bijgepakt. Je hebt immers niet voor niets een abonnement op Elsevier. Een bloemlezing:
“Aan cynische commentaren weigert Gude zich te storen. Hij geeft af op columnisten, zure types die in zijn ogen van het afkraken een kunst hebben gemaakt. Zij zouden behoren tot de polemische, cultuurpessimistische school van de door hem verafschuwde W.F. Hermans. Hermans versus Gude, tja. Wie zou mensen een grotere dienst bewijzen? Een zwartgallige schrijver die de wereld genadeloos observeert, zijn inzichten haarscherp formuleert en een prachtig literair oeuvre nalaat? Of een blij ei dat grossiert in platitudes en met een belletje klingelt als hij een gesprek niet leuk meer vindt?
Gude doet denken aan de Nederlandse premier. Net zo’n dwangmatige positivo die om optimisme roept, maar vervolgens met zijn woorden en daden slechts de aversie jegens zijn professie voedt. Zoals vast een Chinees gezegde, of anders wel een aforisme van Seneca, luidt: een positieve houding eis je niet, die dwing je af door iets bijzonders te zeggen of te doen.”
Tot zover de vrolijke Elsevier-columnist Van der List.
Gude heeft door botkanker een been verloren, maar staat nog steeds met beide benen op de grond. Een verademing om hem te horen praten. Gude is zoveel leuker dan Van der List. En dan de hele Elsevier-redactie bij elkaar. Naar mijn bescheiden mening. Wat Simon Rozendaal deed verzuchten: “Dan ben je toch wat minder slim dan ik hoopte, Jos.” Wat ik maar als een compliment beschouw. Ik heb hem overigens geantwoord: “En heb jij toch wat minder gevoel voor humor dan ik hoopte, Simon.”
Het lijkt me leuk (oef, dat woord heeft Van der List in de ban gedaan!) weer eens een biertje met Simon te drinken. Met Gerry en René erbij. Dan kunnen we toch nog lachen. Als dat tenminste mag.
P.S. Wie geïnteresseerd is in de genoemde artikelen: stuur me even een mailtje. Jos
Mijn mini-expo over genetische modificatie/manipulatie en BioCouture bij Raamsteeg 2. Mooi om onderdeel uit te mogen maken van het Arts & Genomics-project van collega Rob Zwijnenberg.
Lees ook: Kweekkleding, mag dat? op leiden.nu
Yvonne schreef op haar Facebook-pagina: “Moordpartij op het dakterras…. twee koolmeesjes waren uit het nest gevallen en zijn te grazen genomen: Indrukwekkende biologieles voor de kinderen.”
Boven: Het jonge koolmeesje met een strelend kindervingertje.
Onder: Wat kijkt díe kat vuil! Achter zijn poot het gesneefde koolmezenjong. Rotkat! Soms zou je als koolmees wensen een heel erg grote koolmees te zijn. Ik zou dan wel raad weten met die moordenaars…
(foto’s: Yvonne Stuip)

Hanneke met een vinkenmanneke, toen dat nog leefde vlak nadat het door de poes-met-de-witte-voetjes was gepakt. Nu ligt het vogellijkje heel erg dood en koud te wezen, in een plastic zakje in de diepvries, een broedsel vinkenkindekes vaderloos achterlatend. Rotpoes! Zie je wel, beste Martha, dat poezen en vogeltjes niet samen gaan?! (foto: hdb)
Lees dit artikel: http://www.nytimes.com/2013/01/30/science/that-cuddly-kitty-of-yours-is-a-killer.html?_r=1& Alleen al in de VS gaat het om miljarden vogels en kleine zoogdieren per jaar. Uiteraard doen alleen katten van andere mensen dat.

Mijn zoon Pepijn (3 jaar) heeft de afgelopen tijd meerdere keren vragen gesteld over ‘de dood’. Dit weekend maakten wij een mooie wandeling door het bos. Pepijn kwam stralend op mij af. “Kijk mama, ik heb een muis gevonden!!” In zijn knuistje had hij een prachtig spitsmuisje vast. We hebben er vol bewondering naar gekeken, maar de teleurstelling was groot toen het Pepijn duidelijk werd dat hij het muisje achter moest laten in het bos. “Waarom mama?” Omdat het muisje dood is…. Met grote blauwe ogen keek hij mij aan en vervolgens naar het mooie muisje. “Wat is dood?”
Groeten van Eveline.
Beste Pepijn (en Eveline),
Er was eens een spitsmuis die nooit dood ging en dus altijd bleef leven.
.
En ook zijn vrouwtje ging nooit dood. Mijn sprookje begint met deze twee spitsmuisjes:
..
Samen kregen ze wel honderd jonge spitsmuisjes. Zoveel als er punten staan hieronder. Tel ze maar na!
…………………………………………..…………………………………………..
Al die honderd spitsmuisjes ging op zoek naar een vriendje of vriendinnetje. Toen hadden we er tweehonderd. Ofwel honderd spitsmuizenstelletjes van een spitsmuizenmannetje en een spitsmuizenvrouwtje:
…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..
En elk van die honderd spitsmuizenstelletjes kreeg weer honderd jonge spitsmuisjes. Hoeveel spitsmuisjes hadden we toen? Ja, zoveel:
…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..…………………………………………..
Zo ging dat maar door. Tot de hele wereld stampvol met spitsmuisjes was. Zoveel dat als we hier punten zouden zetten, ze zelfs niet in het allerdikste boek zouden passen.
Al die spitsmuisjes die de wereld bevolkten, kregen allemaal weer een heleboel jonge spitsmuisjes. Er was echter geen plaats meer voor nóg meer spitsmuisjes. En er was ook geen eten genoeg voor al die muisjes. Toen kwam er een spitsmuis met een spitse snuit, en die blies dit sprookje uit.
Het was maar een sprookje. Sprookjes bestaan niet echt. Spitsmuisjes blijven helemaal niet altijd leven. Spitsmuisjes gaan wel dood: het is dan net of ze altijd slapen, maar dan zonder te dromen. Hun kleine hartje rikketikt dan niet meer. Hun kleine spitsmuisjeshersentjes denken dan niet meer. En hun staartje en pootjes bewegen dan niet meer. Nooit meer.
Is dat erg? Is dat zielig? Nou, niet echt, denk ik! Want als er helemaal nooit spitsmuisjes zouden doodgaan, zou er nooit genoeg eten zijn voor uilen, voor torren, voor vliegen en voor mieren. En voor een heleboel andere beesten en beestjes. O ja, vogeltjes eten de botjes van dode spitsmuizen op omdat er kalk in die botjes zit. Daar maken de vogels dan weer hun eierschalen van.
Het kan helemaal niet zo zijn dat alles en iedereen altijd blijft leven. Alles en iedereen gaat ooit dood. Planten gaan ooit dood, dieren gaan ooit dood, zelfs mensen gaan ooit dood. Want als iets dood gaat, kan er weer nieuw leven uit groeien. Echt helemaal dood bestaat dus eigenlijk niet. Eigenlijk blijf je altijd een beetje doorleven: ook dat dode spitsmuisje. Dat muisje leeft eigenlijk een beetje door als een uil, een tor, een vlieg of een mier. Of als het koolmeesje in een eitje. Mooi is dat, vind je niet?
Groetjes,
Jos

Trots staan Cattuong Bui van het Dominicus College Nijmegen (rechts) en Sadaf Soloukey van het Stedelijk Gymnasium Schiedam (links) met de wisselbekers die ze uit mijn handen hebben gekregen. Met haar presentatie over ‘Zonne-energie in India, milieuvriendelijke oplossingen voor Indiaas energieproblematiek’ won Cattuong de presentatiewedstrijd bij de Maatschappijprofielen. En Sadaf scoorde de prijs bij de Natuurprofielen met haar presentatie over ‘Omgevingsverrijking voor onderzoeksmuizen’, tijdens het Wetenschapscongres van het Aansluitingsprogramma vwo-wo van de Universiteit Leiden, afgelopen vrijdag.
De 9 leerlingen, die uit 41 aanmeldingen waren geselecteerd om hun profielwerkstuk te presenteren tijdens het Wetenschapscongres, hebben een mooie presentatie geleverd. De jury was onder de indruk van het niveau van de presentaties en de natuurlijke manier van presenteren. “Dat had ik op die leeftijd niet gekund”, zei ik als juryvoorzitter tijdens de prijsuitreiking. Zo is het maar net.

Pangea (verouderde spellingswijze Pangaea) is het supercontinent dat bestond tijdens het einde van het Perm en het Trias, 250 tot 210 miljoen jaar geleden. Uit dit supercontinent zijn alle huidige continenten ontstaan. De naam Pangea is een samenvoeging van de Griekse woorden πᾶν, pan (alles) en γαῖα, gaia (aarde). Pangea werd omgeven door één oceaan, Panthalassa naar het Griekse θαλασσά, thalassa (zee). Pangea was één grote landmassa die op den duur door de platyentektoniek opgebroken werd. (Bron: Wikipedia)
Deze prachtige plaat geeft Pangea weer met de huidige landsgrenzen ingetekend. (Bron: http://capitan-mas-ideas.blogspot.com.br/2012/08/pangea-politica.html)

Openbare oproep tot herinvoering van het vierendelen
Kunstenaars als Simone de Jong zijn voor Leiden als kersen op de taart. Simone verlevendigt de stad. Ze maakt dat voorbijgangers glimlachen. Mooi is dat!
Vandalen hebben het vaak voorzien op kunstwerken die in het publieke domein staan. Zo ook op het werk van Simone. Hier is een vandaal aan het werk geweest om een van haar teksten van de muur te slopen. Plaats van handeling: de hoek van de Nieuwe Rijn en de Vestestraat. “Leuk voor op mijn studentenkamer!”, heeft deze vandaal vast gedacht. Met zijn dronken kop heeft hij geprobeerd de woorden los te rukken. Of het was een andere bezopen lolbroek die zin had in een beetje baldadig sloopwerk.
Het liefst had ik dergelijke klojo’s voor eeuwig “Ik ben niet goed snik!” in het voorhoofd gebrandmerkt, met de roestvrijstalen letters van Simone. Maar voordat ik Gerard Spong op mijn dak krijgt – papa en mama zorgen vast voor een heel dure advocaat: onuitwisbare verf is ook goed. En dan een dagje aan de schandpaal. Ik zorg voor een mand rotte tomaten voor elke Leidse kunstenaar.
Sterk werk van Izaak Zwartjes bij BiL 2013, op de Hooglandsekerkgracht in Leiden. Izaak is de nieuwe winnaar van de Frans de Wit prijs. Hij ontving de onderscheiding bij de officiêle opening van de openluchtexpositie Beelden in Leiden.